Schakelen

Bij het schakelen is het belangrijk dat je de schakelpook rustig begeleid naar de juiste versnelling. Wanneer je de koppeling goed ingetrapt hebt zal de schakelpook makkelijk te bewegen zijn.
– De versnelling staat normaal gesproken in neutraalstand ook wel de “vrij” genoemd.

Neutraal:

versnelling staat in neutraalstand nu kan je schakelen
versnellingspook/hendel

Volgorde van handelen bij het schakelen:

  1. Trap de koppeling hard in en laat tegelijk je gaspedaal los.
  2. Schakel naar de juiste versnelling.
  3. Laat de koppeling opkomen tot het aangrijpingspunt en geef rustig gas bij.
  4. Laat de koppeling helemaal opkomen en zet je voet links naast de koppeling.
  • – Om naar de 1e versnelling te schakelen druk je zo ver mogelijk naar links en daarna naar boven.
  • – Schakel naar de 2e versnelling: druk naar links en trek de hendel naar beneden.
  • – Schakel naar de 3e versnelling: houd de hendel zo los mogelijk vast en druk naar voren. De hendel zal eerst in de “vrij”gaan en daarna recht naar boven naar de 3e versnelling.
  • – Schakel naar de 4e versnelling: trek de hendel recht naar beneden.
  • – Schakel naar de 5e versnelling: druk de hendel naar rechts en duw rustig naar boven. De hendel zal vanzelf in de 5e versnelling gaan.
  • – Schakel naar de 6e versnelling: druk zacht naar rechts en trek de versnelling naar beneden.

De achteruit versnelling is in veel auto`s verschillend. Bij sommige auto`s moet je de versnellingshendel omhoog trekken bij andere indrukken. Vraag je instructeur hoe het moet in de lesauto waar jij in rijdt.

Meest gemaakte fouten:

  • – Koppeling niet ver genoeg ingetrapt tijdens het schakelen.
  • – Gas niet volledig los terwijl je de koppeling in trapt.
  • – Te veel kracht bij het schakelen: je schakelt naar de verkeerde versnelling.
  • – Het stuur te stevig vast houden tijdens het schakelen: Je gaat slingeren¬†wanneer je schakelt.
  • – Kijken naar de versnelling tijdens het schakelen.